Geef de tofste kunstlessen!
Meer informatie over Meester in Kunst

Page content

article content

Status: een onmisbare speltechniek voor je dramales

Als je aan status denkt, denk je al snel aan iemand  die rijk is, een groot huis heeft en in dure auto’s rondrijdt. Het gaat om hoe we ons verhouden ten opzichte van iemand anders. Bij toneelspelen wordt er gebruikgemaakt van status. Het is namelijk een simpele en leuke manier om een scene interessant te maken. Als we toneelspelen maken we een verschil  tussen reële en sociale status.

Sociale status

De sociale status is de positie die je in de samenleving hebt ten opzichte van iemand anders. Je kunt bijvoorbeeld een hogere status hebben omdat je betere baan hebt,  je meer geld hebt of dat je meer kennis van iets hebt. Een directeur heeft een hogere status ten opzichte van een fabrieksarbeider, een cipier heeft een hogere status dan een gevangene en een koningin heeft een hogere status dan een bediende.

Reële status

De reële status is de positie die iemand heeft ten opzichte van iemand anders, als het gaat om gedrag of de relatie die je met iemand hebt. Het wordt bepaald door de  situatie waarin je je op dat moment bevindt.
Zo kan een koning ineens een lage status krijgen, omdat hij van z’n vrouw op z’n kop krijgt omdat hij z’n sokken verkeerd heeft gewassen. Deze koning zal helemaal in status zakken in een scène waarbij zijn bediende dreigt dit bekend te maken aan het volk. Als een koning niet eens zijn eigen sokken kan wassen, hoe kan hij dan ooit een land besturen?

Statusverandering

We vinden het vaak het leuk om te kijken naar een scène waarbij de reële en de sociale status niet overeen komen. Een scène wordt helemaal interessant als de status ergens in de scène omdraait.

Een voorbeeld:
De eigenaar van een sjiek hotel krijgt een sjofel uitziende gast in zijn lobby. Met zijn medewerkers praat hij over de gast. ‘Het zal wel zo’n kunstenaar zijn. Hij heeft vast niet genoeg geld om hier te slapen. Laat hem eerst de prijzenlijst zien. Ik hoop maar dat onze gasten geen aanstoot aan hem nemen’. In de houding en gedrag van de hoteleigenaar komt zijn hoge status naar voren. De sjofel uitziende gast laat het gelaten over zich heen komen. Wanneer de gast zijn naam noemt om in te checken, zoekt de eigenaar van het hotel de naam van de gast op internet. Hij wil weten wat voor vlees hij in de kuip heeft. Dan ontdekt hij dat de gast een hotelinspecteur is. Op dat moment doet de hoteleigenaar er alles aan het de gast naar de zin te maken. De status van beide mannen is omgedraaid.

Statuskenmerken

Als je een bepaalde status aanneemt ten opzichte van iemand anders, heeft dat ook gevolgen voor wat er met je lichaam gebeurt. Als je toneelspeelt kun je hier dankbaar gebruik van maken. Hieronder geef ik je een paar voorbeelden:Hoge status

Hoge status

  • rechtop lopen
  • met grote passen lopen
  • iedereen goed aankijken
  • veel ruimte innemen
  • duidelijk spreken
  • met je voeten iets uit elkaar lopen

 

Lage status

  • gebogen lopen
  • wegkijken bij oog oogcontact
  • met de voeten naar binnen lopen
  • hakkelend praten
  • veel sorry zeggen
  • veel bewegen

De koning spelen

Ik heb net voorbeelden gegeven van hoe je een hoge of lage status kunt spelen. Maar het is zoals met zoveel dingen bij toneelspelen: je doet het niet alleen. Als je een koning speelt, kun je nog zo rechtop lopen, je kunt nog zo duidelijk spreken en je kunt zoveel ruimte innemen als je wilt, maar daarmee ben je nog geen koning. Als je tegenspelers geen lage status aannemen heb je nog geen hoge status. Je hebt elkaar nodig. Het is dus van groot belang dat je niet alleen bezig bent met je eigen status, maar ook met die van de ander. Je zult dus goed op elkaar moeten letten. Zeker als er een statuswissel in de scène moet plaatsvinden, moet je elkaar goed in de gaten houden. Je zou bijna zeggen dat toneelspelen samenwerken is.

Werken met status in de klas

Vanaf de middenbouw kun je met status werken in de klas. In de middenbouw kun je de nadruk het beste leggen op de fysieke kenmerken van de  hoge of lage status. Je kunt vragen stellen als: Hoe loopt een directeur?  Wat doet een bediende met zijn lichaam? Hoe praat een bedelaar als hij om een aalmoes vraagt?

Vanaf de bouwenbouw kun je werken met statusverandering. De spelers moeten dan samen op zoek naar mogelijkheden om hun status om te wisselen. Zeker wanneer het statusverschil tussen de spelers niet zo groot is, moeten de spelers goed op elkaar letten, om te weten hoe hoog de status van de ander is. Dan kunnen ze hun eigen status hierop af stemmen.

Hieronder geef ik nog een paar statusoefeningen die je met je klas kunt doen.

Statusoefeningen

 Van koning tot zwerver (middenbouw)

Bij deze oefening gaan we ervan uit dat de sociale- en reële status gelijk is.
De kinderen lopen door de ruimte. De leerkracht klapt in de handen en noemt een sociale status. Bijvoorbeeld: directeur. Alle kinderen lopen verder, terwijl ze de status van een directeur aannemen. Vervolgens klapt de leerkracht weer in de handen en noemt een andere status. Bijvoorbeeld: zwerver. De kinderen lopen verder terwijl ze de status van een zwerver aannemen. En zo ga je door met verschillende statussen.

Status raden (middenbouw)

Eén van de kinderen beeld een sociale status uit. Bijvoorbeeld: bediende. De andere kinderen mogen raden wat er uitgebeeld wordt en geven aan of dat een hoge of lage status is. Hoe konden ze dat zien?

Statusfeestje (bovenbouw)

Er zijn ongeveer 5 spelers. Ze krijgen allemaal een kaartje met een nummer (van 1 t/m 10).Cadeau

Elk nummer staat voor de status die ze hebben. 10 is de hoogste status en 1 de laagste. De kinderen mogen aan niemand laten weten welk nummer ze hebben.
Ze spelen een scène waarbij iemand jarig is. Hierbij houden ze rekening met de status die ze hebben. Wie mag het eerste zijn of haar cadeautje geven? Welke gast pakt als eerste een glas limonade? Wie mogen er op de bank zitten?  Als de leerkracht in de handen klapt is de scene afgelopen. De kinderen moeten nu zonder overleg op de goede volgorde van nummers gaan staan. Hebben ze het goed ingeschat?

Statuswissel (bovenbouw)

Twee kinderen spelen een scene waarbij de één een hoge en de ander een lage status aanneemt. Ze moeten ervoor zorgen dat er ergens in de scene iets gebeurt, waardoor er van status wordt gewisseld. Bijvoorbeeld: een scene tussen een cipier en een gevangene. De cipier begint met een hoge status, de gevangene met een lage status. Misschien krijgt de gevangene de sleutel van de cel in handen en sluit hij de cipier op, waardoor ze van status wisselen.

 

Veel plezier bij het uitvoeren van bovenstaande tips tijdens je dramales. Of je kunt deze tips natuurlijk ook gebruiken bij de groep 8 musical.

Wil je meer informatie over werken met status? Dan raad ik je het boek Impro van Keith Johnstone aan.

Heb je vragen of opmerkingen? Laat dan een reactie achter!

Comment Section

0 reacties op “Status: een onmisbare speltechniek voor je dramales

Plaats een reactie


*